Geld Regeert (deel 1)
In de atmosfeer van onze aarde is de aanwezigheid van CO2 erg belangrijk. Zonder CO2 of andere broeikasgassen zou leven op onze planeet onmogelijk zijn. De hoeveelheid CO2 in onze atmosfeer wordt uitgedrukt in delen per miljoen. Dit betekent simpelweg hoeveel delen CO2 aanwezig zijn per miljoen moleculen. Een onderzoek van de NASA geleid door Dr James Hansen stelt dat als de mensheid een planeet wil behouden die vergelijkbaar is met die waarop de beschaving werd gebouwd, en waaraan het leven op aarde is aangepast, de CO2-waarde op zijn hoogst op 350 delen per miljoen mag liggen. Op dit moment is de CO2-waarde in de atmosfeer 389 delen per miljoen. Het idee is dat als we deze waarde niet zo snel mogelijk zien te stabiliseren we een tipping point bereiken. Een punt waarop de veranderingen aan de aarde zo ingrijpend zijn, dat er geen weg meer terug is. De gevolgen hiervan zijn nu al zichtbaar. 2012 was het warmste jaar sinds de mensheid de temperatuur bijhoudt.
De weersomstandigheden zullen alleen maar extremer worden. Denk hierbij aan overstromingen, droogte en zware stormen. De beschaving zoals wie die kennen staat hier op het spel. We putten de voorraden van de planeet in een hoog tempo uit. Uiteindelijk zal dit proces leiden tot een voedselcrisis, waterschaarste en een energiecrisis. Hierbij zullen waarschijnlijk de allerarmsten van onze planeet als eerste aan het kortste eind trekken, met alle humanitaire gevolgen van dien. Bovendien omdat ons hele verdien model is ingericht op olie zal het ook leiden tot een economisch crisis. Waarbij de huidige crisis kinderspel zal zijn. We staan als het ware aan de vooravond van een keerpunt in de geschiedenis.
Ik neem aan dat iedereen bekend is met dit verhaal. Sterker nog we zijn zelfs bekend met de oplossing. Alternatieven vormen van energie zijn er genoeg. We missen alleen nog steeds teveel daadkracht en investeringen. Er zijn ontzettend veel positieve ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie. Toch zijn de grootste machthebbers in de wereld verkeerd bezig. Regeringen en bedrijven investeren nog steeds op grote schaal in oliemaatschappijen, die op hun beurt het onderste uit de kan proberen te schrapen. De dorst naar zwart geld leidt tot extreme manieren van winning. Mountaintop removal waarbij hele bergen worden opgeblazen zijn wettelijk acceptabele manieren van oliewinningen. Om maar te zwijgen van de diepzeeboringen die bijvoorbeeld in 2010 tijdens die BP olieramp in de golf van Mexico tot een ecologische ramp leiden. Om de klimaatproblematiek goed aan te pakken moeten we het probleem bij de wortel zien af te snijden. We moeten een manier vinden om de financiële en politieke macht van de olielobby in te perken. Geld regeert en de olie industrie heeft geld als water.
Herhaal stap 1
In een poging om zo duurzaam mogelijk te leven moeten we misschien ook eens praten over de minder schone aspecten van ons leven. Hoewel we al jaren lang van alles en nog wat recyclen, gebruiken we nog steeds op grote schaal toiletpapier. Slechts een op de vijf rollen in Europa is gemaakt van gerecycled papier. Dit betekent dat wij met z’n allen heel wat bomen gewoon door het toilet spoelen. Het schijnt dat we dagelijks 22.000 meter papier doorspoelen hier in Nederland. Ongeveer 65% van het toiletpapier dat we gebruiken wordt gerecycled. Toch is dit niet zo duurzaam als je zou denken. Voordat we opnieuw onze billen kunnen afvegen met dit papier moet het grondig gereinigd worden. Dit chemische proces is een enorme aanslag op het milieu. Vaak is het meest zachte en dikke papier de grootste boosdoener. Toch is dit een praktijk waar geen haan naar kraait. Ik heb nog nooit van iemand gehoord die vrijwillig slecht papier gebruikt om het milieu te steunen.
Gelukkig zijn er wel een aantal alternatieven op de markt. Om de beginnen bestaat er zoiets als cradle to cradle toiletpapier. Santino Black is volledig gerecycled papier. Deze wordt vervaardigd zonder het gebruik van chemicaliën. Daarnaast is voor de productie van papier veel water en energie nodig. De makers van Santino Black zijn in staat door het bezit van een eigen waterzuiveringsinstallatie de uitstoot van Co2 en het water verbruik laag te houden. Er hangt wel een prijskaartje aan poepen met een schoon geweten. Een doos van 24 rollen kost namelijk € 60.20. Daarnaast bestaan er ook een aantal fabrikanten die toiletpapier van alternatieve producten maken. Zo bestaan er rollen gemaakt uit bamboe of stro. Ook dit schijnt beter te zijn voor het milieu. Toch blijken deze producten minder populair te zijn bij de consument. Voornamelijk omdat mensen bang zijn dat het gewoonweg niet lekker veegt. Bij twijfel laten mensen het toch liever in de schappen staan en kiezen ze voor wat ze vertrouwen: Chemisch gebleekt papier en bij voorkeur bestaande uit zoveel mogelijk lagen.
Het laatste alternatief is natuurlijk het niet gebruiken van toiletpapier. Voor ons beschaafde westerlingen klinkt dit natuurlijk als een absurd idee. Toch is toiletpapier een relatief moderne uitvinding. Lange tijd was het zelfs gebruikelijk om je eigen blote vinger te gebruiken om te boel lekker schoon te vegen. In de regel ging het dan om de linkerhand. Vandaar dat het tot de dag van vandaag de norm is je rechterhand aan te reiken wanneer je iemand ontmoet. De logische keuze zal dan vallen op een toiletdoek. Als je wilt kun je deze dan combineren met het gebruik van een bidet. Het enige was je nodig hebt is een grote lading doeken en een hermetisch afsluitbare bak. Omdat mij ik realiseer dat dit nieuw is voor ons allemaal zal ik even het stappenplan toelichten: 1. Lekker poepen 2. Je billetjes wassen 3. De boel droogdeppen 4. Het vieze doekje in de hermetisch afsluitbare bak dumpen 5. Aan het einde van de week al je doekjes wassen 6. Herhaal stap 1.
De macht van cijfers
Soms vind ik het erop lijken dat we in een prestatiegerichte maatschappij zijn beland die enkel zijn succes kan uitbeelden in cijfers. De consequentie is dat alles dat niet meetbaar is onbelangrijk is geworden. Het enge hieraan vind ik dat cijfers vaak gepresenteerd worden als onbetwistebare feiten. Vaak blijkt achteraf dat niets minder waar is. Het lijkt alsof we allemaal doordrenkt zijn van het idee dat er altijd maar groei moet zijn. Persoonlijke groei en economische groei zijn het belangrijkst en stilstand is funest. Hoewel er niks mis is met een beetje zelfontplooiing lijkt het soms alsof we de rem al jaren geleden hebben kapot getrapt.
Het probleem is volgens mij dat we niet worden uitgedaagd om anders na te denken. Van onze ouders krijgen we vaak te horen dat het leven maakbaar is zolang we maar heel hard werken. Daarna brengen we de eerste twintig jaar van ons leven op school door waar we constant getest worden op onze kwaliteiten. Als je de mazzel hebt om op een HBO-instelling onderwijs te genieten krijg je ook nog te maken met competentie gericht onderwijs. Hoewel het achterliggende idee opnieuw goed bedoeld is laat de uitwerking nogal wat te wensen over. Opnieuw leer je dat succes alleen meetbaar is in cijfers. Als we goed hebben leren netwerken kunnen we uiteindelijk opnieuw gaan presteren binnen de muren van een ander gebouw. Soms ben ik een beetje bang dan we een hele generatie eenzijdige op winst beluste individuen aan het opvoeden zijn. We zijn immers allemaal een eigen persoon die zijn eigen identiteit moet vinden en het liefst daarbij zo rijk en succesvol mogelijk moet worden. Dit beeld van succes is opnieuw alleen uit te drukken in termen van cijfers.
Ik denk dat de financiële crisis maar ook de aankomende energiecrisis gedeeltelijk een resultaat zijn van deze mentaliteit. Hoewel onze bedoelingen goed zijn proberen we deze problematiek met dezelfde mentaliteit op te lossen. We geloven er heilig in dat als we maar voldoende rapporten schrijven met voldoende cijfers we vanzelf meer grip op de situatie gaan krijgen. Als dingen in de soep lopen kunnen we er altijd meer geld tegenaan gooien.
In mijn ogen zit duurzaamheid juist vaak in zaken die we niet kunnen meten. Het is niet alleen een nieuwe mentaliteit en een frisse wind, maar ook een alternatieve wereldvisie. Het hogere doel zou dan misschien moeten zijn stabiliteit te creëren in plaats van groei.
Ivo is vandaag geplant
Het beste dat wij kunnen doen voor het milieu is misschien wel simpelweg doodgaan. Er zijn teveel mensen op aarde en met elk woord dat ik schrijf komen er meer ter wereld. Jammer genoeg hebben wij in het westen een manier gevonden om zelfs als we dood zijn het milieu te belasten. Een traditionele begrafenis is alles behalve duurzaam te noemen. Om te beginnen worden onze kisten vaak gemaakt van zeldzaam tropisch hardhout. Ook houden we van het verwerken van mooie metalen aan de handvatten van onze kisten. We willen natuurlijk wel stijlvol ter aarde worden besteld. Zonde als je bedenkt dat het allemaal in de grond gestopt wordt. Daarna willen we het liefst voor een eeuwigheid, een klein stukje zeldzame aarde in beslag nemen. Vanuit hier kunnen we dan lekker het grondwater vervuilen terwijl ons gebalsemd stoffelijk overschot door de aarde wordt verteerd. We kunnen eigenlijk wel stellen dat dit voor de toekomst een onacceptabele praktijk wordt. Misschien kun je nu alvast beginnen met het doorberekenen van de ecologische voetafdruk van je begrafenis.
Gelukkig is er een alternatief op de markt gekomen: De BiosUrn. Dit is een biologische afbreekbare urn gemaakt van kokosnoot schil. De as van jouw lichaam kan in deze urn worden gestopt en daarna wordt deze ergens begraven. Vanuit deze urn zal een prachtige boom groeien. Op deze manier zul je uiteindelijk zuurstof teruggeven aan de aarde en op symbolische wijze opnieuw groeien. Prachtig toch? Met dit idee kunnen we een hele nieuwe betekenis geven aan een laatste rustplaats. In plaats van kerkhoven planten we gewoon hele bossen. Veel succes zul je niet hebben als je een bos om wilt kappen vol geplant met de dierbaren van mensen!
Maar wacht er is meer. BiosUrn heeft een heel commercieel concept rondom hun product bedacht. Zo kun je de boom van je geliefde laten registreren op hun website. Je kunt dan een App op je smartphone downloaden waarmee je online de groei van je dierbare boom kunt bijhouden. Deze ontwikkeling kun je met al je vrienden op facebook delen. ‘Het is lente, en oma’s bladeren komen eindelijk weer terug. Staat ze er niet prachtig bij?’ De website van BiosUrn laat een tabel zien waarin staat en ik citeer: ‘hoeveel zuurstof je geliefde teruggeeft aan de aarde’. Mocht je de boom toch een keer fysiek willen opzoeken, kun je met google maps de exacte coördinaten laten registeren. Groener kun je deze wereld niet verlaten. De kosten van het product zelf zijn ongeveer honderd euro. Het is echter onduidelijk wat de regels zijn over het planten van de boom. Het lijkt erop dat als je het zou willen oma gewoon in de achtertuin mag groeien. Ik moet zeggen dat ik het zelf wel een romantische idee vind. Ik denk alleen dat het nog goedkoper kan. Begraaf mijn as gewoon samen met de zaden van een treurwilg. Ik heb liever geen fancy product waarmee ik op facebook word geregistreerd. Zo vermijd ik dat mijn dood ook nog een eigen profielpagina krijgt. ‘Ivo is vandaag geplant’, 23 mensen vinden dit leuk.
Gewoon kip
Laatst had ik een discussie met een goede vriend van mij over duurzaam consumeren. Het gesprek was aangewakkerd door een item over de plofkip op televisie. ‘Biologische kip is echt twee keer zo duur als gewone kip’, zei hij tegen mij. Ik probeerde hem tevergeefs uit te leggen dat er een groot verschil is tussen de prijs in de supermarkt en de ‘echte’ prijs van een product.
Het is nu al jaren bekend dat ontelbaar veel producten kosten met zich meebrengen die niet worden doorberekend aan de consument. We laten op deze manier de volgende generaties en de allerarmsten van de wereld uiteindelijk opdraaien voor deze schade.
Toch zijn deze kosten allesbehalve transparant. Het is in de supermarkt niet meteen duidelijk waar al je producten vandaan komen, wat voor reis ze hebben afgelegd en door hoeveel mensenhanden ze zijn heen gegaan voordat ze op jouw bord zijn beland. Zo zijn bijvoorbeeld allerlei seizoensgebonden etenswaren in de supermarkt het hele jaar beschikbaar. Een lekkerbekje is vaak gevuld met verschillende soorten vissen afkomstig van over de hele wereld. Daarnaast is het vaak moeilijk om verschil te zien tussen de slechte en de betere keuze. Zo herken je een plofkip eigenlijk alleen aan de prijs. Want ja, het is de goedkoopste kip in de schappen.
Hier ligt dan ook de kern van het probleem. We hebben geen idee meer wat voedsel inhoudt. Er mogen dan wel allemaal mooie keurlabels zijn die ons garanderen dat iets biologisch is, maar het maakt het hele verhaal niet overzichtelijker. Zo weet ik van veel soorten fruit niet meer uit welk seizoen ze komen. Ik hoorde ook laatst dat er mensen zijn die denken dat een lekkerbekje een vissoort is die echt zo heet! Terwijl ik over dit alles nadacht bleef de uitspraak ‘Biologische kip is echt twee keer zo duur als gewone kip‘ in mijn hoofd hangen. Er is dus blijkbaar een verschil tussen biologische en gewone kip. Sterker nog biologische kip is niet gewoon, het is abnormaal. Zou het niet andersom moeten zijn? Ben ik nou gek of was er niet een tijd waarin al het eten biologisch was? Voordat we zijn begonnen aan massaproductie en supermarkten was eten toch gewoon eten? Een kip was een kip en een stuk rund was koe waar geen paardenvlees doorheen was gemengd. Nu wil ik niet zeggen dat vroeger alles beter was. We hebben met behulp van moderne technologie allerlei ziektes kunnen uitbannen en er voor kunnen zorgen dat veel meer mensen te eten hebben dan vroeger.
Toch lijkt het alsof we op dit moment met zijn allen een beetje zijn doorgedraaid op het gebied van voeding. Misschien moeten we de term biologisch gewoon afschaffen en alleen nog maar onderscheid maken tussen ‘echt‘ en ‘nep‘ eten. Dit baseren we enkel en alleen op de prijs. Bij alle producten krijgen we te zien wat de werkelijke kosten zijn geweest. Deze kosten worden daarna direct aan de consument doorberekend. Zo wordt eten overal opeens een stuk duurder. Met een beetje gelukkig kweken we zo meer bewuste consumenten. Dan heet een biologische kip misschien in de toekomst weer gewoon kip.
Transitions to Sustainable Development
This recent study, published by Routledge, presents and combines three perspectives on transitions to a sustainable society: complexity theory, inn
ga naar boekenpagina >